Pilot met verruiming LZV-examen

Chauffeurs die al 2 jaar hun CE-rijbewijs hebben en bovendien minimaal 21 jaar oud zijn, kunnen vanaf 1 december 2024 hun LZV-certificaat behalen. Dankzij deze pilot verruimt het CBR namelijk de mogelijkheden om examen te doen.

Vanaf 1 december a.s. begint het CBR daarom een pilot met nieuwe toelatingseisen voor het LZV-examen. Concreet wordt de ervaringseis voor het CE-rijbewijs met code 95 verlaagd van vijf jaar naar twee jaar. Dit plan is namelijk samen met de sector Transport en Logistiek en bedrijven opgesteld, om zo het personeelstekort in de sector aan te pakken. Bovendien heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deze pilot inmiddels goedgekeurd.

Startdatum en voorwaarden

De pilot begint officieel op 1 december 2024. Vanaf die datum kunnen kandidaten die aan de nieuwe eisen voldoen namelijk examen afleggen: zij moeten minimaal twee jaar in het bezit zijn van een CE-rijbewijs met code 95 én minimaal 21 jaar oud zijn. Daarnaast zijn de examens vanaf nu al te reserveren. Al met al duurt de pilot in totaal 2 jaar.

Doel en verwachtingen

Het doel van de nieuwe toelatingseis is vooral om meer LZV-chauffeurs aan te trekken. Zo kunnen Lange Zware Voertuigen (LZV) namelijk tot 40% meer lading vervoeren dan normale vrachtwagens. Dit betekent dus dat er minder chauffeurs nodig zijn om evenveel of zelfs meer vracht te vervoeren, wat weer bijdraagt aan het aanpakken van het personeelstekort in de sector. Daarnaast draagt het gebruik van LZV’s ook bij aan een verminderde CO₂-uitstoot: volgens ACEA (de associatie van Europese automobielfabrikanten) kan een individuele LZV de CO₂-uitstoot namelijk met 15-40% verminderen.

Samenwerking en monitoring

De pilot wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met werkgevers en partners in de transportsector, zoals bedrijven, SWOV en RDW. Gedurende de twee jaar van de pilot worden zowel de slagingspercentages als de effecten op de verkeersveiligheid namelijk zorgvuldig geanalyseerd. Dit gebeurt onder begeleiding van een klankbordgroep, waarin onder andere SWOV, RDW en TLN zitting hebben. Hierin worden vervolgens afspraken gemaakt over de monitoring van de effecten, zodat deze gegevens uiteindelijk gebruikt kunnen worden om het ministerie te adviseren over het vervolg.