Voor kandidaten die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, is het gebruik van een tolk tijdens een examen soms noodzakelijk. Om dit goed te organiseren werkt CBR sinds enkele jaren met een zogenoemd open-house model. Via dit model kunnen opleiders en kandidaten een tolk regelen via één van de aangesloten tolkendienstverleners.
Uit de praktijk blijkt dat deze werkwijze voor de praktijkexamens en praktijktoetsen (CDE, LZV en T) van CCV niet goed aansluit op de behoefte. Het organiseren van een tolk via het open-house model leidt regelmatig tot knelpunten en biedt onvoldoende flexibiliteit voor kandidaten, opleiders en examinatoren. Daarom stopt CBR per 1 augustus 2026 met het open-house model voor CCV-praktijkexamens en praktijktoetsen.
Wat verandert er?
Vanaf 1 augustus 2026 zijn kandidaten voor CCV-praktijkexamens en praktijktoetsen niet langer verplicht om een tolk via één van de aangesloten tolkendienstverleners in te schakelen.
Kandidaten en opleiders kunnen vanaf dat moment zelf een beëdigde tolk regelen, zolang deze voldoet aan de voorwaarden die gelden voor het betreffende examen.
Wat verandert er niet?
- Voor theorie-examens blijft het open-house model bestaan.
- De regels rondom het gebruik van een beëdigde tolk tijdens examens blijven ongewijzigd.
- Een tolk blijft verplicht wanneer een kandidaat de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dit noodzakelijk is voor het examen.